Wat is het 4 kwadrantenmodel van Wilber?

In Advanced, Agile by PeterLeave a Comment

Leestijd: 6 min.

Het 4 kwadrantenmodel van Wilber hanteert 4 lenzen om anders te kijken naar de werkelijkheid. Het model toont ons dat we onze werkelijkheid door een individuele, collectieve, subjectieve en/of objectieve lens kunnen bekijken.

Het 4 kwadrantenmodel van Ken Wilber toont in elk kwadrant de werkelijkheid van dit kwadrant op eigen, unieke en waardevolle wijze. Het 4 kwadranten model is de basis van zijn Integrale theorie.

Ken Wilber beschrijft complexiteit als volgt: naast de toenemende complexiteit van de materiële wereld, brengt de evolutie nieuwigheid voort in de evolutie van systemen, de evolutie van culturele wereldbeelden en de evolutie van het bewustzijn zelf. De evolutie vindt plaats in ten minste vier belangrijke dimensies: subjectieve en objectieve ontwikkeling in zowel individuen als in collectieven.

Best lastig als je dit de eerste keer leest, maar dit is in het kort het Vier Kwadrantenmodel. Als je verder leest zal je ervaren dat het model makkelijk te begrijpen is, hoewel de gebruikte taal wellicht wat verder van je af staat.

Voordat we verder kunnen ingaan op het 4 kwadranten model is een korte introductie van de Integrale Theorie noodzakelijk.

Integrale Theorie

Integrale Theorie is een filosofische stroming die ernaar streeft alle menselijke wijsheid te integreren in een nieuw opkomend wereldbeeld, dat in staat is om de inzichten van alle voorgaande wereldbeelden te verbinden, inclusief die welke historisch gezien op gespannen voet staan met elkaar: wetenschap en religie, Oosterse en Westerse denkscholen, en premoderne, moderne en postmoderne wereldbeelden.

De Integrale Theorie van Wilber is vrij omvangrijk, de volgende zin vat de Integrale visie samen: de Integrale benadering helpt om enkele van de diepste patronen te onthullen die door alle menselijke kennis heen lopen, en toont de relaties die bestaan tussen fysieke-, systemische-, culturele- en bewuste evolutie.

Ken Wilber heeft een holarchisch wereldmodel van de menselijke ontwikkeling gemaakt, waarin verschillende disciplines, perspectieven en onderlinge relaties duidelijker worden.

Kortom, de Integrale Theorie is een allesomvattende theorie die ontwikkeld is door de Amerikaanse filosoof Ken Wilber en die gebaseerd is op elementaire inzichten uit diverse grote psychologische stromingen en kennisbronnen.

Daartoe heb je o.a. het vier kwadrantenmodel van Wilber voor nodig om een compleet beeld van de werkelijkheid te krijgen. De onderlinge samenhang is namelijk zo sterk, dat bijvoorbeeld een oplossing of probleem in het ene kwadrant zijn oorsprong en/of effect kan hebben in het andere kwadrant. Het model is een van basiscomponenten van het Integraal Theorie.

Vier Kwadrantenmodel van Wilber

In onderstaand model zie je vier kwadranten: I, IT, WE en ITS. In het Nederlands: IK, HET, WIJ en HET

4 kwadrantenmodel - Wilber - Integrale Theorie

Je ziet ook de Engelse benaming, deze wordt benoemd omdat hij later vaker op deze site gehanteerd zal worden. Het verschil tussen IT en ITS, in het Nederlands beide “HET’ zal later in het artikel worden uitgelegd, daarna zal IT en ITS gebruikt worden.

Achtereenvolgens zullen alle kwadranten worden besproken om deze daarna met een voorbeeld te verbinden. De beschrijving begint met het meest dominante kwadrant in de westerse wereld: IT (HET).

IT – HET GEDRAG: Individeel – Buitenkant – rechtsboven.

In dit kwadrant kijkt men naar de mens op een wetenschappelijke manier. Dus objectief of op basis van uiterlijke elementen. Brein en het gedrag, dus het fysieke lichaam (incl. hersenen), zichtbaar en meetbaar gedrag, (w.o. verschijning, lichaamstaal) competenties en vaardigheden.

IT/HET is het overheersende kwadrant geworden, doordat men steeds meer redeneert vanuit de zintuigelijke waarneembare werkelijkheid. Het menselijk innerlijk voldoet niet aan deze norm en wordt dan afgewezen.

Onderstaande woorden geven dit kwadrant goed weer:

  • Individueel.
  • Buitenkant.
  • HET – individueel (brein, organisatie, lichaam).
  • Ervaring / gedrag.
  • Levensstijl.
  • Objectieve aspecten.
  • Feiten empirisch vaststellen.

Een mooi voorbeeld is dat ‘bewustzijn’ uit de I/IK (linksboven) in dit IT/HET kwadrant ‘hersenmechanismen’ wordt genoemd.

Stel je nou eens voor dat je met dit kwadrant jouw hele persoonlijkheid zou willen beschrijven. Dan roep je meteen dat kan niet, want ik leef, met mensen, ben sociaal, cultureel en heb gevoelens. Toch? Dat is dus precies de reden waarom de andere kwadranten ook nodig zijn. Laten we met de klok mee doorgaan. Het volgende kwadrant is HET- sociaal.

Uit dit hele simpele voorbeeld blijkt dat andere kwadranten minstens even relevant zijn.

ITS – HET SOCIAAL – Collectief Buiten – rechtsonder

Het Sociaal staat voor sociale systemen en de omgeving. Denk daarbij aan systemen, structuren, wetten en normen en sociale interacties. Wat dichterbij denk je aan  netwerken, technologie, processen, structuren, bestuursvormen en natuurlijke leefomgeving.

In gewone taal: je familie, de organisatie waar je werkt en de maatschappij waar je in leeft. Kortom alle sociale systemen waar je deel van uit maakt.

Onderstaande woorden geven dit kwadrant goed weer:

  • Uiterlijk van het collectief.
  • Leefomgeving, maatschappij, wetgeving, instituten, protocollen.
  • Objectiveerbare aspecten.
  • Functionele inpassing.

En ook:

  • Familie.
  • Structuur.
  • Regels.
  • Functieprofiel.

WE/WIJ – Cultureel – Collectief Binnenkant – Linksonder

In dit kwadrant horen gedeelde waarden, cultuur, ethiek, paradigma’s, overtuigingen, taal, en relaties. Wat breder gezien dus het wereldbeeld en spiritualiteit, een gevoel van eenheid en verbondenheid met een groter geheel.

De woorden passend bij dit kwadrant:

  • Wij (cultuur en wereldbeschouwing).
  • Innerlijke van het collectief.
  • De culturele waarden en normen.
  • Beleving van cultuur en waarden.
  • Innerlijke beleving.
  • Rechtmatigheid.
  • Bewustzijn en ethisch.

En ook:

  • Cultuur.
  • Verhalen.
  • Samen leven.
  • Kunst.
  • Symbolen.
  • Rituelen.

I/IK – intentioneel, individueel – binnenkant – linksboven –

In dit kwadrant vind je IK: Zelf en bewustzijn. De IK met waarden, gedachten, emoties, zintuigen, gevoelens, overtuigingen, intuïtie, subjectief en gevoel. Het bewustzijn en zelfbeeld.

  • Ik: zelf(beeld) en bewustzijn.
  • Innerlijke van het individu.
  • Bewustzijn/intentie.
  • Subjectieve beleving.
  • Waarachtigheid.

En ook:

  • Psychologie.
  • Zelfontwikkeling.
  • Beleving.

Toepassing van het 4 kwadrantenmodel van Wilber

Het belangrijkste doel van dit 4 kwadrantenmodel is het het creëren of verhogen van het bewustzijn. Waar sta je als team? Als het (leiderschaps)team betrokken is en discussieert over de huidige situatie bereik je de mooiste resultaten. Het is bij voorkeur geen invuloefening die je in je eentje doet. Juist de co-creatie is nodig voor een gezamenlijk beeld.

Ik kan mij voorstellen dat je het tot nu toe heel theoretisch vindt, laat ik het eens proberen uit te leggen met een voorbeeld.

Van een willekeurige organisatie meent het management dat de competentie ‘ondernemen’ onvoldoende in de organisatie aanwezig is. De eenvoudige oplossing lijkt dan dat men meer competentie gericht gaat werken. De wens naar deze competentie zal in het kwadrant rechtsboven worden geplaatst (individueel-objectief).

Maar daar blijft het niet bij, want je wilt als organisatie veranderen, juist dan praat je over gedrag en drijfveren van medewerkers. Dit past in het kwadrant linksboven: individueel-subjectief.

Stel nu eens voor dat er gewoonweg niet voldoende mensen met de competentie ‘ondernemen’ aanwezig zijn, overigens vaak een gevolg van eerder gedrag van het zittende management. Maar ja, toch dient ‘ondernemen’ geactiveerd te worden. Wat doe je echter als de gedeelde waarden, in het kwadrant linksonder: collectief-subjectief, niet aansluiten bij deze wens. Dan wordt het al lastiger.

Als dan ook nog de groepscultuur of te wel het sociale systeem met normen in het niet aansluit, kwadrant rechtsonder: collectief: objectief, dan heb je het echte uitdagende plaatje compleet. Een schijnbaar simpele ontwikkelwens in het ene kwadrant zal gevolg hebben in de uitwerking in de andere kwadranten. Dat is het beginpunt van de integrale theorie.

Waar het natuurlijk echt om gaat is het goed gesprek, bijvoorbeeld om de context helder te krijgen. Maar je zou ook verder kunnen met een functionele analyse.

Een mooie aanvulling is dat je de linkerkant van het model kan beschouwen als de onderstroom en de rechterkant van het model als de bovenstroom. Hiervoor verwijs ik je naar het artikel: Systemisch TransitieManagement.

I, IT, WE en ITS

In het 4 kwadrantenmodel van Wilber zie je de zojuist beschreven kwadranten: I, IT, WE en ITS. In het Nederlands: IK, HET, WIJ en HET. Waarom zijn deze woorden nu gebruikt? Daar heeft Ken Wilber een goede reden voor. Volgens Wilber komt dit taalgebruik in alle talen van de wereld voor. Als je de 4 kwadranten wilt verbinden om alle mogelijkheden te zien, gebruik dan deze bewoordingen.

IK, WIJ en HET

De Integrale theorie gaat er veel dieper op in, maar in deze alinea neem ik je in vleugelvlucht mee in de redenen van het woordgebruik van I, IT, WE en ITS. Wilber beschrijft deze woorden namelijk op meerdere manieren.

De eerste manier is vanuit het perspectief: 1ste, 2de en 3de persoon. De persoon die spreekt, de persoon tot wie gesproken wordt en de persoon of het ding waarover gesproken wordt.

De tweede manier is:

  • Ik: hoe ik een gebeurtenis zie en wat ik er van vind.
  • Wij: hoe niet alleen ik de gebeurtenis zie, maar ook anderen die zien.
  • Het: de objectieve feiten van de gebeurtenis.

Een derde manier is kijken vanuit een ervaringsdimensie, waarbij:

  • De ik-dimensie staat voor: Kunst, zelf en Het Schone.
  • De Wij-dimensie staat voor: Moraal, cultuur en Het Goede.
  • Het-dimensie staat voor: Wetenschap, natuur en Het Ware.

Dan verbindt Wilber de verschillende manieren van kijken. Het Schone, Goede en Ware zijn variaties op de 1ste, 2de en 3de persoon. Dat is relevant omdat:

  • de 3de persoon verwijst naar de objectieve waarheid.
  • de 2de persoon verwijst naar fatsoen, eerlijkheid en respect.
  • en de 1ste persoon over het zelf en de zelfexpressie, de kunst en de esthetiek en de schoonheid die de toeschouwer ervaart.

Dan stelt Wilber: ‘Als je een van deze aspecten weglaat: wetenschap, kunst of moraal. Dan gaat er iets stuk of ontbreekt er wat.’ Dat is de achterliggende gedachte van het 4 kwadrantenmodel. Alleen door het geheel in ogenschouw te nemen krijg je een integraal beeld.

Wilber noemt zijn integrale theorie ook :

the theory of everything.

Tot slot

De 4 kwadranten in het model van Wilber zijn de binnenkant en de buitenkant van het individu en het collectief. Het punt wat Wilber maakt is dat alle vier de kwadranten moeten worden meegenomen als we zo integraal mogelijk willen zijn. Door de werkelijkheid vanuit deze vier dimensies te bekijken wordt het duidelijk dat ontwikkeling een integraal en samenhangend geheel is.

Zoals beschreven is het 4 kwadrantenmodel van Wilber een basisonderdeel van de Integrale Theorie. Over de Integrale Theorie zal meer geschreven worden, omdat deze theorie (veel) overeenkomsten heeft met andere theorieën. Een voorbeeld van een theorie met sterke overeenkomsten is Het cultuurmodel van Laloux.

Je zult het 4 kwadrantenmodel vaak tegenkomen met de omschrijving AQAL. AQAL is de Engelstalige term passend in de bredere integrale theorie. Deze term is in dit artikel bewust niet gebruikt, omdat AQAL verder reikt dan het hier beschreven 4 kwadranten model.

Nogmaals, van belang is dat het gesprek tot stand komt, de invulling van het kwadrant volgt door de inhoudelijk discussies die dan gaan plaatsvinden. Dat een facilitator hierbij een mooie rol kan innemen spreekt voor zich.

Leave a Comment