Cognitive biases van Wat moet onthouden worden

Cognitive biases van Wat moet onthouden worden?

In Advanced, Agile by PeterLeave a Comment

Leestijd: 9 min.

In dit artikel zijn 31 cognitive biases beschreven van Wat moet onthouden worden? Biases die ontstaan omdat we voortdurend beslissen: onthouden of vergeten?

We moeten voortdurend kiezen wat we proberen te onthouden en wat we kunnen vergeten. Daarbij maken we zelfs keuzes die een eventueel vooroordeel versterken. We veranderen belangrijke feiten, waardoor men minder rationeel is dan men denkt. Dit is schadelijk voor het denkproces, want het systeem is vervolgens nog meer bevooroordeeld.

Beslissingen informeren onze mentale modellen van de wereld, echter kunnen we met de keuze van wat we willen onthouden schade toebrengen.

De Cognitive Biases Codex beschrijft ruim 180 verschillende biases. Om de ruime hoeveelheid biases te kunnen rangschikken heeft men 4 categorieën beschreven. Deze 4 categorieën zijn: informatie overload, gebrek aan betekenis, de noodzaak om snel te handelen en wat moet onthouden worden?

Alle 4 categorieën zijn beschreven in separate artikelen, de links hiervoor staan onderaan in dit artikel. In dit artikel worden 47 biases beschreven die gerelateerd zijn aan de noodzaak om snel te handelen. In onderstaande afbeelding wordt dit getoond ter herkenning.

Cognitive Bias - Wat moet onthouden worden?

Voor een algemene toelichting lees je eerst het artikel: Wat is cognitive bias?

Er sprake van een bijzondere nummering! Per categorie, gedragscomponent en bias zal er over meerdere artikelen een uniek nummer worden gebruikt. De redenen hiervoor zijn: zoekgemak en het kunnen toevoegen van nieuwe biases.

4. Wat moet onthouden worden?

We moeten voortdurend kiezen wat we proberen te onthouden en wat we kunnen vergeten. De ellende is dat we zelfs keuzes maken die een eventueel vooroordeel versterken. Dit is schadelijk voor het denkproces, want het systeem is vervolgens nog meer bevooroordeeld.

Door de snelheid en de keuze van wat we willen onthouden kunnen we schade toebrengen. Een goed voorbeeld hiervan is dat we de voorkeur hebben aan generalisaties boven specificaties. Bij veel details onthouden we datgene wat ons opvalt. Het aandachtspunt is dat we belangrijke feiten veranderen!

Hiervoor zijn de volgende 4 gedragscomponenten beschreven:

  • We bewerken en versterken sommige herinneringen achteraf.
  • Wij gooien bijzonderheden weg om algemeenheden te vormen.
  • We herleiden gebeurtenissen en brengen dit terug tot hun belangrijkste elementen.
  • We slaan gebeurtenissen verschillend op, afhankelijk van hoe ze werden ervaren.

Deze gedragscomponenten zijn echter niet goed of slecht te noemen. We hanteren short cuts omdat we zo geëvolueerd zijn. Het is echter handig om ze te herkennen, zodat je weet dat keuzes en beslissingen minder rationeel zijn dan je wellicht denkt.

De bronnen van onderstaande informatie zijn: de codex, wikipedia en (wetenschappelijke) artikelen.

4.1    We bewerken en versterken sommige herinneringen achteraf – 6 biases

4.1.1 Misattributie van geheugen – Misattribution of memory

Misattributie van geheugen is het vermogen om zich informatie correct te herinneren, maar zich te vergissen over de bron van die informatie. Omvat de volgende drie subeffecten: bronverwarring, cryptomnesia en valse herinnering.

4.1.2 Bronverwarring – Source confusion

Bronverwarring is een eigenschap die wordt gezien in de verslagen van verschillende mensen over dezelfde gebeurtenis nadat zij mensen over de situatie hebben horen spreken. Een voorbeeld hiervan is een getuige die een politieagent heeft horen zeggen dat hij een wapen had en die getuige later zegt dat hij het wapen heeft gezien, hoewel dat niet zo was. De bron van de herinnering is de getuigenis van de politieman, niet de eigenlijke waarneming.

4.1.3 Cryptomnesia

Cryptomnesie is de cognitive bias waarbij individuen geloven ten onrechte dat zij de oorspronkelijke voortbrengers van de gedachte zijn.

4.1.4 Valse herinnering – False memory

Valse herinneringen komen voor wanneer iemands identiteit en interpersoonlijke relaties sterk gecentreerd zijn rond een herinnering van een ervaring die niet werkelijk heeft plaatsgevonden.

Valse herinneringen zijn vaak het resultaat van leidende vragen in een therapeutische praktijk die Herstellende Geheugentherapie wordt genoemd. In deze praktijk brengen psychiaters hun patiënten vaak onder hypnose om onderdrukte herinneringen terug te halen. Dit kan schadelijk zijn, omdat de persoon zich herinneringen kan herinneren die nooit hebben plaatsgevonden.

4.1.5 Suggestibiliteit – Suggestibility

Suggestibiliteit is de eigenschap om geneigd te zijn de suggesties van anderen te aanvaarden en ernaar te handelen, waarbij valse maar aannemelijke informatie wordt gegeven en men de gaten in bepaalde herinneringen opvult met valse informatie wanneer men zich een scenario of moment herinnert.

Wanneer de proefpersoon herhaaldelijk iets is verteld over een gebeurtenis in het verleden, is zijn of haar herinnering aan die gebeurtenis in overeenstemming met de herhaalde boodschap.

Verwant: Misinformatie Effect, Vals Geheugen

4.1.6 Gespreid leren – Spacing Effect

Gespreid leren is het fenomeen waarbij het leereffect van ‘gespreid leren’ groter is wanneer het studeren wordt uitgespreid over de tijd, in tegenstelling tot het bestuderen van dezelfde hoeveelheid inhoud in één enkele sessie.

Ebbinghaus was een van de eerste onderzoekers die het gespreid-leren-effect beschreef.

4.2    Wij gooien bijzonderheden weg om algemeenheden te vormen. – 6 biases

4.2.1 Impliciete associaties – Implicit associations

Impliciete associaties is de automatische associatie van een persoon tussen mentale voorstellingen van objecten (concepten) in het geheugen.

Deze bias is controversieel omdat velen impliciete associaties zien als een associatie-algoritme en niet als een vooroordeel.

4.2.2 Impliciete Stereotypen – implicit stereotyping

Impliciete stereotypen is het onbewust toeschrijven van bepaalde kwaliteiten aan een lid van een bepaalde sociale groep.

Impliciete stereotypen worden beïnvloed door ervaring, en zijn gebaseerd op aangeleerde associaties tussen verschillende kwaliteiten en sociale categorieën, waaronder ras of geslacht.

De perceptie en het gedrag van personen kunnen worden beïnvloed door impliciete stereotypen, zelfs zonder dat de personen dit willen of zich hiervan bewust zijn.

4.2.3 Stereotypen -Stereotypical bias

Stereotypen beschrijft de bias waar men een vooroordeel heeft over een ding, persoon of groep. In vergelijking met een andere, op een manier die als oneerlijk wordt beschouwd.

Het is de manier waarop mensen (meestal negatieve) eigenschappen associeren met een specifieke groep mensen.

Het beschrijft dus de neiging om te generaliseren over een groep mensen. Uit snelheid is dit soms noodzakelijk, maar het kan ook onjuist zijn. Door stereotyperingen ontstaan vaak vooroordelen.

4.2.4 Vooringenomen mening – Prejudice

Prejudice beschrijft een ongunstige mening of een ongunstig gevoel, van tevoren gevormd of zonder kennis, gedachte of reden.

In andere woorden: een vooringenomen mening die niet gebaseerd is op rede of werkelijke ervaring. Een voorbeeld hiervan is: vooroordelen tegen mensen met een andere achtergrond.

4.2.5 Negativiteit bias – Negativity bias

Negativiteits bias is de opvatting dat, zelfs bij gelijke intensiteit, dingen van meer negatieve aard (bijv. onplezierige gedachten, emoties of sociale interacties of schadelijke/traumatische gebeurtenissen) een groter effect hebben op iemands psychologische toestand en processen dan neutrale of positieve dingen.

Gerelateerd. Verliesaversie

4.2.6 Fading Affect Bias:

Fading Affect Bias is een psychologisch fenomeen waarbij informatie of herinneringen over negatieve emoties de neiging heeft sneller te worden vergeten dan informatie die geassocieerd is met positieve of prettige emoties.

Deze bias is beter bekend als FAB. In het Nederlands zou je dit kunnen omschrijven als vooringenomenheid, maar dat is niet gebruikelijk.

4.3 We herleiden gebeurtenissen en brengen dit terug tot hun belangrijkste elementen. – 13 biases

4.3.1 Piek-eind regel – Peak-end rule

De bias Peak-end rule beschrijft dat mensen een ervaring grotendeels beoordelen basis van hoe ze zich voelden op het hoogtepunt (d.w.z. het meest intense punt) en op het einde ervan, in plaats van op basis van de totale som of het gemiddelde van elk moment van de ervaring. Dit effect treedt op ongeacht of de ervaring aangenaam of onaangenaam is.

4.3.2 Nivellering en Verscherping – Leveling and sharpening

Leveling (nivellering) treedt op wanneer je iets hoort of herinnert, en details laat vallen die niet passen in cognitieve categorieën en/of aannames.

Sharpening (verscherping) treedt op wanneer je iets hoort of herinnert, en details benadrukt die wel passen in cognitieve categorieën en/of aannames.

4.3.3 Misinformatie Effect – Misinformation effect

Misinformatie effect is het fenomeen dat de herinnering van een persoon aan episodische herinneringen minder nauwkeurig wordt door informatie na de gebeurtenis.

Verwant: Vals geheugen, Suggestibiliteit

4.3.4 Seriële-positie-effect – Serial-Position Effect – Serial Recall Effect

Seriële-positie-effect is de neiging van een persoon om zich de eerste en de laatste items van een reeks het best te herinneren, en de middelste items het slechtst.

Dit fenomeen is beschreven door de psycholoog Ebbinghaus, hij stelde vast dat de accuraatheid van onthouden van een lijst met items afhankelijk is van de positie in de lijst.

Ook beschreven als serial recall effect.

4.3.5 Lijstlengte Effect – List-length effect

Lijstlengte effect is de bevinding dat de herkenningsprestatie voor een korte lijst beter is dan die voor een lange lijst.

4.3.6 Duration effect

Deze bias staat in de lijst, maar is onder deze naam niet beschreven. Het vermoeden bestaat dat dit begrip verwijst naar leadtime and length bias. Een bias die veel in de geneeskunde terug te vinden is.

Zodra duration effect ‘gevonden’ is zal deze hier worden beschreven.

4.3.7 Modaliteit Effect – Modality effect

Het modaliteit effect is een term die wordt gebruikt om aan te geven hoe de prestaties van de leerling afhangen van de presentatiewijze van bestudeerde items.

4.3.8 Geheugenremming – Memory inhibition

Geheugen remming is de neiging om irrelevante informatie NIET te onthouden. Om zich iets te herinneren is het van essentieel belang niet alleen de relevante informatie te activeren, maar ook de irrelevante informatie te remmen.

Een voorbeeld: Iemand die zich probeert te herinneren waar hij zijn auto heeft geparkeerd, wil zich niet elke plaats herinneren waar hij ooit heeft geparkeerd.

Deze bias is controversieel. Het lijkt immers geen vooroordeel, velen zien dit als het verwerken van logische informatie.

4.3.9 Primacy-effect

Primacy effect is de neiging om informatie die als eerste wordt gepresenteerd, beter te onthouden dan informatie die later wordt gepresenteerd.

4.3.10 Recency Effect

Recency effect is het idee dat de meest recent gepresenteerde items of ervaringen het best herinnerd zullen worden.

Mensen zijn veel beter in staat zich de laatste getallen, cijfers of voorwerpen van een reeks te herinneren, ongeacht of deze visueel of auditief worden gepresenteerd. Dit effect wordt waarschijnlijker naarmate de reeks groter wordt dan onze kortetermijngeheugencapaciteit.

Interessant is dat er gesproken wordt over een Recency Effect en een Recency Effect bias. Waarbij onderscheid gemaakt zou kunnen worden door de vraag te stellen of er een keuze is.

Het recency effect zou namelijk ook door gemakszucht kunnen ontstaan. Men bedoelt hier cognitive ease: de voorkeur van een mens voor gemakkelijke en toegankelijke informatie. Dit om het inspannende denken, analyseren en beslissen te ontwijken.

Recency effect bias zou echter ook kunnen ontstaan door de beperkingen in de menselijke geheugencapaciteit.

Hoewel recency effect bias het beste de bias beschrijft is het advies is om als je deze bias waarneemt rekening te houden met beide mogelijkheden. Wat je echter ook regelmatig zult waarnemen is dat de frequency bias naar voren komt of een rol speelt.

4.3.11 Part-List Cueing effect

Part-list Cueing effect is het fenomeen waarbij het opnieuw tonen van een deel van het geleerde materiaal ter herinnering, de herinnering van het resterende materiaal kan schaden.

Onderzoek wijst uit dat als deelnemers een lijst met items bestuderen en een willekeurige selectie van de bestudeerde items ontvangen ter herinnering, dan belemmeren deze herinneringen vaak het terughalen van de overgebleven items.

4.3.12 Seriële positie-effect – Serial position effect

Het seriële positie-effect beschrijft hoe ons geheugen wordt beïnvloed door de positie van informatie in een reeks. De eerste en laatste items in een reeks onthouden we het beste en we vinden het moeilijker om de middelste items te onthouden.

4.3.13 Achtervoegsel effect – Suffix Effect

Het Suffix effect is de de selectieve verslechtering in het herinneren van de laatste items van een gesproken lijst wanneer de lijst gevolgd wordt door een overbodig of irrelevant spraakitem of achtervoegsel.

Men schrijf dit toe aan de fixatie op het einde van de lijst, zelfs als deze geen deel uitmaakt van de lijst.

4.4 We slaan gebeurtenissen verschillend op, afhankelijk van hoe ze  werden ervaren – 6 biases

4.4.1 Niveaus van verwerkingseffect – Levels of processing effect

Beschrijft het herinneren van stimuli als een functie van de diepte van mentale verwerking. Diepere niveaus van analyse produceren uitgebreidere, langduriger en sterkere geheugensporen dan ondiepe niveaus van analyse.

Gerelateerd. Verwerkings Moeilijkheid Effect

4.1.2 Mentale afwezigheid – Absent-Mindedness

Absent-mindendness is een heel herkenbare bias die je regelmatig tegenkomt in teamsessies, vergaderingen of in het klaslokaal. Want het beschrijft 3 verschillende oorzaken van mentale afweizheid waarbij de bekendste iemand die verstrooid is beschrijft daardoor vaak dingen vergeet of heeft geen aandacht heeft voor wat er in zijn omgeving gebeurt omdat hij aan andere dingen kent.

De letterlijk definitie is van deze bias is: een mentale toestand waarbij de proefpersoon een laag niveau van aandacht ervaart en vaak wordt afgeleid. Het kan drie verschillende oorzaken hebben:

  • Een laag niveau van aandacht (blanking of zoning out).
  • Intense aandacht voor één enkel aandachtsobject (hyperfocus), waardoor iemand zich niet meer bewust is van de gebeurtenissen rondom de persoon.
  • Ongerechtvaardigde afleiding van de aandacht van het voorwerp van aandacht door irrelevante gedachten of omgevingsgebeurtenissen.

4.1.3 Testeffect – Testing effect

Het testeffect is de bevinding dat het langetermijngeheugen toeneemt wanneer een deel van de leerperiode wordt gewijd aan het ophalen van de te onthouden informatie door middel van testen met de juiste feedback.

Ook: Retrieval Practice, Practice Testing, Test-Enhanced Learning

4.1.4 Verminderende herinnering effect – Next-In-Line Effect

Het verschijnsel dat mensen zich geen informatie kunnen herinneren over gebeurtenissen die onmiddellijk voorafgaan aan hun beurt om op te treden.

In een experiment in 1973 ontdekte Brenner in een experiment dat een groep deelnemers aan een ronde tafelsessie die als opdracht had om de beurt een woord voor te lezen en zoveel mogelijk woorden te herinneren na een aantal rondes een ander herinneringseffect te hebben.

Naast het Von Restorff-effect (zelf voorgelezen) bleek dat de woorden die werden voorgelezen voor zij zelf aan de beurt om hun woord voor te lezen waren het slechts onthouden werden.

Men neemt aan dat dit effect toe te schrijven is aan zowel afleiding als retrograde geheugenverlies

Zie ook publiekseffect.

4.1.5 Google Effect

Het Google effect is de neiging om informatie te vergeten die gemakkelijk online kan worden gevonden met behulp van internetzoekmachines zoals Google.

Volgens de eerste studie over het Google-effect zijn mensen minder geneigd zich bepaalde details te herinneren waarvan ze denken dat ze online te vinden zijn.

4.1.6 Op het puntje van mijn tong fenomeen – Tip of the tonque phenomenon

Het fenomeen van het niet kunnen terughalen van een woord uit het geheugen, gecombineerd met een gedeeltelijke herinnering en het gevoel dat het terughalen aanstaande is.

Vaak weet je wel wat je wilt zeggen, maar de verbinding komt niet tot stand. Woorden en betekenissen bestaan uit het ophalen van de inhoud, de vorm en de juiste klank. In je hersenen zijn echter zwakkere en sterkere verbindingen. Bij dit fenomeen is de verbinding met de vorm even kwijt, doordat je hersenen vanwege een zwakke verbinding een ‘andere’ afslag heeft genomen.

Woorden die je niet vaak gebruikt kennen vaak een zwakke verbinding en liggen daardoor vaker op ‘het puntje van je tong’.

Samenvatting

In dit artikel zijn 31 cognitive biases beschreven, die volgens de Cognitive Bias Codex die behoren bij: Wat moet onthouden worden?

Cognitive bias - Wat moet onthouden worden? - 4 gedragscomponenten

We moeten voortdurend kiezen wat we proberen te onthouden en wat we kunnen vergeten. De ellende is dat we zelfs keuzes maken die een eventueel vooroordeel versterken. Dit is schadelijk voor het denkproces, want het systeem is vervolgens nog meer bevooroordeeld.

Door de snelheid en de keuze van wat we willen onthouden kunnen we schade toebrengen. Een goed voorbeeld hiervan is dat we de voorkeur hebben aan generalisaties boven specificaties. Bij veel details onthouden we datgene wat ons opvalt. Het aandachtspunt is derhalve dat we belangrijke feiten veranderen!

Dit is samengevat in 4 gedragscomponenten, deze staan in bovenstaande afbeelding.

Als je deze biases in jouw omgeving tegenkomt, herken je ze wellicht. Dat is handig, want o.b.v. deze biases weet je nu dat keuzes en beslissingen minder rationeel zijn dan je wellicht dacht.

Tot slot

Alle 180+ biases van de Codex zijn beschreven in de volgende artikelen:

Eveneens interessant is het artikel Wat is de cognitive load theorie?

Leave a Comment