Cognitive biases - gebrek aan betekenis

Cognitive Biases van Gebrek aan betekenis

In Advanced, Agile by PeterLeave a Comment

Leestijd: 21 min.

In dit artikel worden 63 cognitive biases beschreven die behoren bij Gebrek aan betekenis. We verbeelden details en construeren dingen die er niet zijn.

Onze zoektocht naar betekenis kan illusies oproepen. Soms verbeelden we ons details die door onze veronderstellingen zijn ingevoegd en construeren we betekenissen en verhalen die er niet echt zijn. Waardoor men minder rationeel is dan men denkt.

De Cognitive Biases Codex beschrijft ruim 180 verschillende biases. Om de ruime hoeveelheid biases te kunnen rangschikken hanteert men 4 categorieën. Deze 4 categorieën zijn: teveel informatie, gebrek aan betekenis, de noodzaak om snel te handelen en wat moet onthouden worden?

Alle 4 categorieën zijn beschreven in separate artikelen, de links hiervoor staan onderaan in dit artikel. In dit artikel worden 63 cognitive biases beschreven die horen bij Categorie 2: Gebrek aan betekenis.

In onderstaande afbeelding wordt dit getoond in samenhang met de andere categorieën.

Cognitive Bias - Gebrek aan betekenis

Voor een algemene toelichting lees je eerst het artikel: Wat is cognitive bias?

Categorie 2. Gebrek aan betekenis

Onze zoektocht naar betekenis kan illusies oproepen. Soms verbeelden we ons details die door onze veronderstellingen zijn ingevoegd en construeren we betekenissen en verhalen die er niet echt zijn.

Het uitgangspunt bij al deze biases is dat we belangrijke feiten bedenken/verzinnen. Wij verbinden (denkbeeldige) punten, vullen de gaten aan met dingen die we al denken te weten, en werken onze mentale modellen bij. Dit doen wij omdat we met een klein beetje van de totale informatie het geheel willen begrijpen.

Hiertoe zijn 6 gedragscomponenten benoemd:

  1. We hebben de neiging verhalen en patronen te vinden, zelfs als we naar schaarse gegevens kijken.
  2. Wij vullen karakters in op basis van stereotypen, algemeenheden en voorgeschiedenis.
  3. We stellen ons dingen en mensen die we kennen of die ons dierbaar zijn voor als beter.
  4. We vereenvoudigen waarschijnlijkheden en getallen om er gemakkelijker over te kunnen denken.
  5. Wij denken dat we weten wat andere mensen denken.
  6. We projecteren onze huidige denkwijze en veronderstellingen op het verleden en de toekomst.

Voor alle duidelijkheid, deze gedragscomponenten zijn niet goed of slecht te noemen. We hanteren short cuts omdat we zo geëvolueerd zijn. Het is echter handig om ze te herkennen, zodat je weet dat keuzes en beslissingen minder rationeel zijn dan je wellicht denkt.

Er sprake van een bijzondere nummering! Per categorie en gedragscomponent zal er over meerdere artikelen een uniek nummer worden gebruikt. Dit artikel beschrijft categorie 2, met 6 gedragscomponenten.

De bronnen van onderstaande informatie zijn o.a: de Codex, Wikipedia en (wetenschappelijke) artikelen. Elke bias kan echter verder uitgediept worden door zelf te Googlen.

2.1 We hebben de neiging verhalen en patronen te vinden, zelfs als we naar schaarse gegevens kijken. 13 biases

2.1.1 Confabulatie – Confubulation

Confubulatie is een geheugenstoornis, gedefinieerd als de productie van verzonnen, vervormde of verkeerd geïnterpreteerde herinneringen over zichzelf of de wereld, zonder de bewuste bedoeling om te misleiden.

Mensen die confabuleren presenteren onjuiste herinneringen, variërend van subtiele wijzigingen tot bizarre verzinsels en zijn over het algemeen erg zeker over hun herinneringen, ondanks tegenstrijdig bewijs.

2.1.2 Clustering Illusie – Clustering illusion

Clustering Illusie is het vinden van patronen in informatie, ondanks dat er geen patroon is. We verzinnen patronen, omdat we deze behoefte voelen.

In wiskundige termen heeft men de neiging om ten onrechte te denken dat clusters die ontstaan in kleine steekproeven uit willekeurige verdelingen, niet-willekeurig zijn. De illusie wordt veroorzaakt door de menselijke neiging om de mate van variabiliteit die waarschijnlijk in een kleine steekproef van willekeurige of semi-willekeurige gegevens zal voorkomen, te laag te voorspellen.

Veel dichterbij huis is het voorspellen van de winnende nummers in een loterij. Ook als je iemand tegen komt zoek je naar informatie of de ander bij je past. Dan kijk je of je patronen kunt ontdekken, terwijl je met vrijwel iedereen overeenkomsten kunt vinden.

2.1.3 Ongevoeligheid voor steekproefgrootte – Intensitivity to sample size

Ongevoeligheid voor steekproefgrootte is een cognitieve bias die optreedt wanneer mensen de waarschijnlijkheid van het verkrijgen van een steekproef beoordelen zonder rekening te houden met de steekproefomvang. Met andere woorden, variatie is waarschijnlijker in kleinere steekproeven, maar mensen verwachten dit niet.

2.1.4 Veronachtzaming van waarschijnlijkheid – Neglect of probability

Veronachtzaming van waarschijnlijkheid is de neiging om waarschijnlijkheid te veronachtzamen of negeren bij het nemen van een beslissing onder onzekerheid. Het is één manier waarop mensen regelmatig de normatieve regels voor besluitvorming overtreden. Kleine risico’s worden typisch ofwel volledig verwaarloosd ofwel enorm overschat. Het continuüm tussen de extremen wordt genegeerd.

Er zijn veel verwante manieren waarop mensen de normatieve regels van de besluitvorming met betrekking tot waarschijnlijkheid overtreden, waaronder hindsight bias, het verwaarlozen van het voorafgaande basistarief effect, en de denkfout van de gokker. Deze vooringenomenheid is echter anders in die zin dat de actor de waarschijnlijkheid niet verkeerd gebruikt, maar negeert.

2.1.5 Anekdotische drogreden – Anecdotal fallacy

Anekdotische drogreden, van anekdotisch bewijsmateriaal, is een informele denkfout en daar zijn een aantal vormen van: de andere persoon, misleidend redeneren en inductief redeneren.

De andere persoon

Aan het volgende taalgebruik herken je deze bias: ‘Ik ken een persoon die…’ of ‘ Ik weet van een geval waar…’ Vervolgens kent men een overmatig gewicht toe aan ervaringen van naaste lotgenoten die misschien niet-typisch zijn.

Misleidend redeneren

Een andere veel voorkomende manier waarop anekdotisch bewijs onwetenschappelijk wordt, is door misleidend redeneren. Een voorbeeld hiervan is de menselijke neiging om aan te nemen dat als een gebeurtenis na de andere plaatsvindt, de ene de oorzaak van de ander is.

Inductief redeneren

Een andere denkfout betreft inductief redeneren. Bijvoorbeeld, als een anekdote een gewenste conclusie illustreert in plaats van een logische conclusie, dan wordt dit beschouwd als een foutieve of overhaaste generalisatie.

2.1.6 Illusie van geldigheid – Illusion of validity

Illusie van geldigheid is een cognitieve bias waarbij een persoon zijn of haar vermogen overschat om de uitkomst nauwkeurig te interpreteren en te voorspellen bij het analyseren van een reeks gegevens, in het bijzonder wanneer de geanalyseerde gegevens een zeer consistent patroon vertonen – dat wil zeggen, wanneer de gegevens een samenhangend verhaal ‘vertellen’.

Dit effect blijft zelfs bestaan wanneer de persoon zich bewust is van alle factoren die de nauwkeurigheid van zijn of haar voorspellingen beperken, d.w.z. wanneer de gegevens en/of de methoden die worden gebruikt om deze te beoordelen, tot zeer feilbare voorspellingen leiden.

Voorbeeld. Proefpersonen hebben meer vertrouwen in een voorspelling van het eindcijfergemiddelde van een student na een eerstejaars record van consequente onvoldoendes dan een eerstejaars record van een even aantal tienen en onvoldoendes.

Gerelateerd. WYSIATY (What You See Is All There Is) Dit is het oplossen van een moeilijk probleem door het te vervangen door een eenvoudiger probleem dat je al kent. Het een lost het ander echter niet op.

2.1.7 Premisse – Masked man fallacy

In het Nederlands gebruiken we het woord premisse, een voorveronderstelling dat iets waar is.

De masked-man fallacy wordt gehanteerd wanneer men in een argument een ongeoorloofd gebruik maakt van Leibnits wet. De wet van Leibnits stelt dat, als een voorwerp een bepaalde eigenschap heeft, terwijl een ander voorwerp niet dezelfde eigenschap heeft, de twee objecten niet identiek kunnen zijn.

Het is ongeoorloofd vanwege het verschil tussen weten en zijn. Weten kan onderhevig zijn aan fouten of onvolledigheid. Ook wel : intentionele drogreden.

Voorbeeld:

  • Premisse 1: één weet wie Jan is.
  • Premisse 2: één weet niet wie de gemaskerde man is
  • Conclusie: Jan is niet de gemaskerde man.

De premissen kunnen waar zijn en de conclusie onwaar als Bob de gemaskerde man is en de spreker dat niet weet. Het argument is dus bedrieglijk.

2.1.8 Recentheid illusie – Recency Illusion

Recentheid illusie is de overtuiging dat woorden of taalgebruik die je pas onlangs hebt opgemerkt recent zijn. Deze term is beschreven door Arnold Zwisky, een taalkundige van Stanford University.

Oorspronkelijk gerelateerd aan linguïstiek, maar is tegenwoordig breder omschreven als: het geloof dat dingen die jij onlangs heb waargenomen ook recent zijn.

Toelichting: deze dingen kunnen er dus zeer lang al zijn, maar jij merkt het nu pas op en geloofd dat het daardoor ‘recent’ is.

2.1.9 Gokkersfout – Gamblers fallacy

Gokkersfout is de onjuiste overtuiging dat, als iets in een bepaalde periode vaker gebeurt dan normaal, het in de toekomst minder vaak zal gebeuren of dat, als iets in een bepaalde periode minder vaak gebeurt dan normaal, het in de toekomst vaker zal gebeuren. Ook bekend als de Monte Carlo fout.

Het vermoeden bestaat dat dit een middel is van de mens om de natuur in evenwicht te brengen.

2.1.10 Warme Hand denkfout – Hot Hand Fallacy

Warme Hand denkfout is de soms misleidende overtuiging dat een persoon die succes heeft met een willekeurige gebeurtenis, een grotere kans heeft op meer succes bij extra pogingen.

In bovenstaande zin staat soms vetgedrukt, omdat een quasi-willekeurige gebeurtenis die vaardigheid impliceert, zoals het nemen van strafschoppen, vatbaar kan zijn voor het psychologische effect van het geloven in een aanhoudend resultaat en daarom kan een aspect van de Warme Hand waar zijn.

2.1.11 Illusoire Correlatie – Illusory correlation

Illusoire Correlatie is het fenomeen van het waarnemen van een relatie tussen variabelen, zelfs wanneer een dergelijke relatie niet bestaat. dit betreft meestal mensen, gebeurtenissen of gedragingen.

Een dergelijk ‘vals’ verband kan worden gevormd, omdat zeldzame of nieuwe voorvallen meer in het oog springen en daarom de neiging hebben de aandacht te trekken. 2 voorbeelden:

  • Een vrouw ziet haar handtas gestolen worden door een persoon van een bepaalde bevolkingsgroep. Voortaan houdt ze haar tasje dicht bij zich telkens ze een gelijkaardig persoon ziet.
  • Een man gelooft dat mensen in stedelijke omgevingen vaak onbeschoft zijn. Wanneer hij iemand ontmoet die onbeleefd is, gaat hij er daarom van uit dat die persoon in een stad woont, en niet op het platteland.

2.1.12 Pareidolie – Pareidolia

Pareidolie is een psychologisch verschijnsel waarbij de geest reageert op een stimulus, meestal een beeld of een geluid, door een vertrouwd patroon waar te nemen waar dat niet bestaat (b.v. in willekeurige gegevens).

De naam komt van het Griekse para en eidolon. Pareidolie is een vorm van illusie waarbij o.b.v. onduidelijke of willekeurige waarnemingen men toch meent herkenbare dingen waar te nemen.

Zie ook Apofenie – Apophenia: een menselijke neiging om patronen te zoeken in willekeurige informatie.

2.1.13 Antropomorfisme – Anthropomorphism

Antropomorfisme is een samenstelling van mens en gedaante in het Grieks. Menselijke gedaante!

De bias is dan ook het toeschrijven van menselijke eigenschappen, emoties, of intenties aan niet-menselijke entiteiten. Herkenbaar aan het tonen of behandelen van dieren, goden en voorwerpen alsof ze menselijk zijn in gedrag, uiterlijk of karakter.

2.2 Wij vullen karakters in op basis van stereotypen, algemeenheden en voorgeschiedenis. 12 biases

2.2.1 Groepsattributie fout – Group attribution error

Groepsattributie fout verwijst naar de neiging van mensen om te geloven:

  • Dat de kenmerken van een individueel groepslid de groep als geheel weerspiegelen, of
  • Dat het resultaat van een groepsbeslissing de voorkeuren van individuele groepsleden moet weerspiegelen, zelfs wanneer er informatie beschikbaar is die anders doet vermoeden.

Deze kom je in agile werken af en toe tegen, het is echter een verwrongen vorm van wat een team zou moeten zijn of is.

2.2.2 Uiteindelijke Attributiefout – Ultimate attribution error

Uiteindelijke Attributiefout staat voor de neiging om een persoon verschillende oorzaken van negatief en positief gedrag bij leden van binnen en buiten de groep anders waar te nemen. Waarbij negatief en positief veelal wordt gezien al tegenhanger van binnen en buiten de groep.

Buiten de groep

Specifiek gezegd ontstaat ultimate attribution error als een manier om het negatieve gedrag van een outgroup te verklaren als gebreken in hun persoonlijkheid, en om het positieve gedrag van een outgroup te verklaren als een resultaat van toeval of omstandigheid.

Binnen de groep

Het is ook de overtuiging dat positieve daden van leden van de ingroup het resultaat zijn van hun persoonlijkheid, terwijl als een lid van de ingroup zich negatief gedraagt (wat naar men aanneemt zelden voorkomt), dit een gevolg is van situationele factoren.

Gerelateerd. Positiviteitseffect, fundamentele attributiefout, actor-waarnemer vooringenomenheid

2.2.3 Stereotypering – Stereotyping

Stereotypering: een stereotype is elke gedachte die op grote schaal wordt aangenomen over specifieke soorten individuen of bepaalde manieren van gedrag, bedoeld om de hele groep van die individuen of gedragingen als een geheel te vertegenwoordigen.

Deze gedachten of overtuigingen kunnen al dan niet de werkelijkheid accuraat weergeven.

2.2.4 Essentialisme – Essentialism

Essentialisme is de opvatting dat alle voorwerpen een essentiële substantie hebben die het ding maken tot wat het is, en zonder welke het niet zo een ding zou zijn.

Dit is denken volgens Plato: alle dingen hebben een ‘essentie’, een idee of ‘vorm’. Noodzakelijk voor hun identiteit.

Hoewel deze bias is opgenomen in de Codex, is deze controversieel te noemen. Deze ‘bias’ word ook beschouwt als een filosofisch standpunt en als zodanig geen cognitieve bias. Voor de volledigheid is deze ‘bias’ toch opgenomen in dit artikel.

2.2.5 Functionele Vastheid – Functional fixedness

Functionele Vastheid staat voor een cognitieve bias die een persoon ertoe brengt een object alleen te gebruiken op de manier waarop het traditioneel gebruikt wordt.

Een handige shortcut om minder na te denken om een (repeterende) taak te verrichten. Het zorgt er echter ook voor dat je minder creatief bent en minder nadenkt over andere mogelijke toepassingen.

Zo kan je bijvoorbeeld een pen gebruikt worden om te schrijven, maar het kan ook een fysiek wapen zijn, een plantenstok of een dart.

Functional Fixedness beperkt persoonlijke ontwikkeling, ontwikkeling van teams en relaties. Het beperkt het vermogen om oplossingen te zien, in extremis kan men zelfs een gebrek aan empathie hebben.

Als Agile Coach is het handig om aan deze bias te denken bij gebrek aan creativiteit. Door te toetsen of deze bias een beperkende factor is.

2.2.6 Moreel Geloofwaardigheidseffect – Moral credential effect

Moreel geloofwaardigheidseffect is een vooringenomenheid die optreedt wanneer iemands staat van dienst als een goed egalitair iemand een onbewuste ethische certificatie, goedkeuring of vergunning heeft opgebouwd die de waarschijnlijkheid verhoogt dat hij later minder ethische beslissingen zal nemen.

De bias stelt dat als men een goede reputatie hebt opgebouwd de kans toeneemt om minder ethisch gedrag te tonen op een later tijdstip.

Een voorbeeld is dat ouderen dronken achter het stuur gaan zitten, Terwijl en omdat ze zich altijd aan de regels hebben gehouden. ‘Ik ben altijd eerlijk en voorzichtig geweest, dus nu mag het wel een keer’.

2.2.7 Just-World Hypothese – Just-world hypothesis

Just-World Hypothese is de veronderstelling dat de daden van een persoon inherent geneigd zijn om moreel eerlijke en passende gevolgen voor die persoon met zich mee te brengen; met als gevolg dat alle nobele daden uiteindelijk worden beloond en alle slechte daden uiteindelijk worden gestraft.

Met andere woorden, de rechtvaardige-wereld hypothese is de neiging om gevolgen toe te schrijven aan (of gevolgen te verwachten als het resultaat van), een universele kracht die het morele evenwicht herstelt.

Deze manier van kijken doet ons geloven dat ‘wie goed doet, zal worden beloond. ‘Wie negatief gedrag vertoond, zal worden gestraft’.

De meeste films maken gebruik van deze bias: de ‘goede’ overwint.

2.2.8 Argument van de drogreden – Argument from fallacy

Argument van de drogreden is de formele denkfout om een argument te analyseren en daaruit af te leiden dat, aangezien het een denkfout bevat, de conclusie wel onjuist moet zijn.

Een drogreden is een reden of redenering die niet correct is, maar wel aannemelijk lijkt. Toch betekent dit niet automatisch dat de uitkomst onjuist is.

Voor deze bias zijn meerdere benamingen: Argumentum ad Logica en diverse varianten van drogredenen.

2.2.9 Autoriteitvooringenomenheid – Authority bias

Autoriteitvooringenomenheid is de neiging om meer nauwkeurigheid toe te kennen aan de mening van een autoriteitsfiguur (die niets te maken heeft met de inhoud ervan) en zich meer door die mening te laten beïnvloeden.

Het blijven volgen van de leider, niet zelfdenken heeft zijn voordelen. Men blijft binnen de groep en dat geeft vermeende emotionele stabiliteit. Waar dit toe kan leiden weten we inmiddels, de wereldgeschiedenis beschrijft vooral de ‘grote’ leiders.

Maar denk bij deze bias vooral aan dichter bij huis: Een politicus die een wetenschappelijk rapport afbrand of misbruikt, een ‘ervaringsdeskundige’ in een praatprogramma, een autocratische CEO die aangeeft dat ‘we’ dit jaar onze omzet wederom gaan verdubbelen, presidenten die oproepen tot … etc.

We herkennen ze allemaal en toch vooral autoriteit opvolgen, toch?

2.2.10 Automatiseringsvooringenomenheid – Automation bias

Automatiseringsvooringenomenheid: de neiging van mensen om de voorkeur te geven aan suggesties van geautomatiseerde besluitvormingssystemen en om tegenstrijdige informatie te negeren die zonder automatisering is gemaakt zelfs indien deze correct is.

Automatiseringsvooringenomenheid doet zich meestal voor wanneer de besluitvorming in zekere mate afhankelijk is van computers of andere geautomatiseerde hulpmiddelen en de menselijke factor zich grotendeels beperkt tot het toezicht op de lopende taken.

Voorbeelden van dergelijke situaties kunnen niet alleen dringende zaken betreffen als vliegen op automatische piloot, maar ook het gebruik van spellingscontroleprogramma’s.

2.2.11 Groepsdenken – Bandwagon Effect

Groepsdenken: een mening wordt eerder geloofd als er meer mensen dezelfde mening zijn toegedaan, want als veel mensen iets voor waar aannemen is het aantrekkelijker om het met ze eens te zijn.

Het is echter ook het verschijnsel waarbij het tempo waarin overtuigingen, ideeën, rages en trends worden overgenomen, toeneemt naarmate zij reeds door anderen zijn overgenomen.

Met andere woorden, het groepsdenken of bandwagon effect wordt gekenmerkt door de waarschijnlijkheid van individuele adoptie die toeneemt met betrekking tot het aandeel dat dit reeds heeft gedaan.

2.2.12 Placebo Effect

Placebo Effect is het psychologisch fenomeen waarbij de ontvanger een verbetering van de toestand waarneemt die eerder te danken is aan persoonlijke verwachtingen dan aan de behandeling zelf.

2.3 We stellen ons dingen en mensen die we kennen of die ons dierbaar zijn voor als beter. 9 biases

2.3.1 Halo-effect

Het halo-effect is een specifiek type van bevestigingsvooringenomenheid, waarbij positieve gevoelens op één gebied ertoe leiden dat dubbelzinnige of neutrale eigenschappen positief worden beoordeeld.

Het beïnvloedt de algemene indruk van een waarnemer van een persoon, bedrijf, merk of product, die de gevoelens en gedachten van de waarnemer over het karakter of de eigenschappen van die entiteit.

Het effect werkt zowel in positieve als in negatieve zin. Als de waarnemer één aspect van iets leuk vindt, zal hij een positieve aanleg hebben voor alles wat ermee te maken heeft. Als de waarnemer een bepaald aspect van iets niet leuk vindt, zal hij een negatieve aanleg hebben voor alles wat ermee te maken heeft.

2.3.2 Vooringenomenheid binnen de groep – In-group bias

In-groep bias is een patroon van bevoordeling van leden van de eigen groep boven leden van de andere groep.

Meerdere varianten: vooringenomenheid binnen de groep, vooringenomenheid binnen de groep en buiten de groep, vooringenomenheid tussen groepen.

2.3.3 Niet hier uitgevonden of bedacht – Not invented here

Niet hier uitgevonden of bedacht is de onwil om een idee of een product over te nemen omdat het uit een andere cultuur afkomstig is; een vorm van tribalisme.

Het gaat dan ook om onderzoek, standaarden of kennis van buitenaf niet te gebruiken of af te nemen. Deze vorm kom je ook tegen in organisaties, bijvoorbeeld het afwijzen van ideeën omdat het niet intern is bedacht.

2.3.4 Interracial effect – Cross-Race Effect

Cross-Race Effect is de neiging om gemakkelijker gezichten te herkennen van het ras waarmee men het meest vertrouwd is (dat is meestal het eigen ras). Ook beschreven als: Cross-Race Bias, Other-Race Bias of Own-Race Bias.

2.3.5 Groepsaantrekkelijkheidseffect – Cheerleader Effect

Cheerleader Effect: het cognitieve vooroordeel waardoor mensen denken dat individuen aantrekkelijker zijn als ze in een groep zitten.

Dit effect treedt op bij groepen van alleen mannen, alleen vrouwen en gemengde seksegroepen; en zowel kleine als grote groepen. Het effect treedt in dezelfde mate op bij groepen van vier en 16 personen.

Ook bekend als: group attractiveness effect.

2.3.6 Bekende Route Effect – Well-traveled road effect

Bekende Route Effect is een cognitieve bias waarbij reizigers de tijd die nodig is om een route af te leggen anders inschatten, afhankelijk van hun bekendheid met de route. Vaak afgelegde routes worden korter ingeschat dan onbekende routes.

Wist je al dat dit effect wordt veroorzaakt door de manier waarop wij onze aandacht verdelen? Op een bekende route zal je je minder concentreren. Achteraf kan je de reis minder goed herinneren, omdat je er niet veel aandacht aan hebt besteed.

Op een onbekende route kom je o.a. nieuwe landschappen, afslagen en nieuwe namen tegen. Deze vragen allemaal om jouw aandacht. Dit heeft een effect op hoeveel tijd je denkt dat er verstrekken is.

Uit onderzoek blijkt dat het effect het sterkst is wanneer men met de auto reist, maar het is ook waarneembaar bij voetgangers en gebruikers van het openbaar vervoer.

2.3.7 Groepshomogeniteit vooroordeel – Out-Group Homogeneity Bias (Effect)

Groepshomogeniteit vooroordeel is de perceptie dat leden van mensen buiten de eigen groep (out-group) meer op elkaar lijken dan leden van de groep (in-group) d.w.z. ‘zij zijn gelijk, wij zijn verschillend’.

Wij Nederlanders zien elkaar als verschillend, Amerikanen zien ons als gelijkend. Zie ook 2.2.2

2.3.8 Reactieve devaluatie – Reactive devaluation

Reactieve devaluatie is een cognitieve bias die optreedt wanneer een voorstel wordt gedevalueerd als het afkomstig lijkt te zijn van een antagonist. Een antagonist is een tegenpool, een tegenhanger of een tegenwerker.

In gewoon Nederlands. Onze perceptie van een voorstel of aanbod wordt beïnvloed door onze mening over degene die het heeft gedaan.

2.3.9 Positiviteitseffect – Positivity effect

Het positiviteitseffect heeft betrekking op de tendens van mensen om, bij het evalueren van de oorzaken van het gedrag van een persoon die zij leuk vinden of verkiezen, de inherente aanleg van de persoon toe te schrijven als de oorzaak van hun positieve gedrag en aan de hen omringende situaties als de oorzaak van hun negatieve gedrag.

Het positiviteitseffect is het omgekeerde van het negativiteitseffect, dat optreedt wanneer mensen de oorzaken evalueren van het gedrag van een persoon die zij niet mogen. Beide effecten zijn attributionele biases. Gerelateerd.  Uiteindelijke Attributiefout, Fundamentele Attributiefout, Actor-Observer bias

2.4 We vereenvoudigen waarschijnlijkheden en getallen om er gemakkelijker over te kunnen denken. 9 biases

2.4.1 Mentaal boekhouden – Mental Accounting

Mentaal boekhouden is het fenomeen dat iemand verschillende waarden toekent aan hetzelfde geldbedrag, waarbij subjectieve criteria worden gebruikt. Helaas vaak met nadelige gevolgen.

Eigenlijk gaat het om een proces waarbij mensen economische uitkomsten coderen, categoriseren en evalueren. Mensen kunnen meerdere mentale rekeningen hebben voor dezelfde soort middelen.

Een persoon kan bijvoorbeeld verschillende maandelijkse budgetten gebruiken voor boodschappen en uit eten gaan, en de ene aankoop beperken als het budget op is, terwijl hij de andere aankoop niet beperkt, ook al putten beide uitgaven uit dezelfde bron: het inkomen.

2.4.2 Normaliteitsvooroordeel – Normalcy Bias

Normaliteitsvooroordeel is een overtuiging die ervoor zorgt dat mensen zowel de mogelijkheid van een ramp als de mogelijke gevolgen ervan onderschatten, omdat het ervoor zorgt dat mensen een vooroordeel hebben dat dingen altijd zullen functioneren zoals de dingen normaal functioneren.

Een bekende bias waarbij mensen dreigingswaarschuwingen niet geloven of minimaliseren. Mensen met een normaliteitsvooroordeel hebben namelijk moeite om te reageren op iets wat ze nog niet eerder hebben meegemaakt niet eerder hebben meegemaakt. Zij hebben ook de neiging om waarschuwingen zo optimistisch mogelijk te interpreteren, waarbij zij onduidelijkheden aangrijpen om een minder ernstige situatie af te leiden. Normalcy of Normality bias is in wezen een verlangen naar de status quo.

Gerelateerd. Struisvogel Effect, Selectieve Waarneming

2.4.3 Magisch getal – Magic number Seven plus or minus 2

Magisch getal is het aantal voorwerpen dat een gemiddeld mens in het werkgeheugen kan houden is 7 ± 2. Dit is de Wet van Miller.

Miller kwam in de jaren 50 met het idee dat het korte termijn geheugen slechts 5 tot en met 9 willekeurige betekenisvolle eenheden kon bevatten. Dit noemde hij chunks, dit zijn bijv. woorden, gezichten, cijfers etc.

2.4.4. De wet van Murphy – Murphy’s Law

De Wet van Murphy: ‘Alles wat fout kan gaan, zal fout gaan’. Deze wet wordt regelmatig als voorbeeld gehanteerd om een standpunt ’te bewijzen’. Deze bias wordt soms ook Beroep op mogelijkheid genoemd.

2.4.5 Subadditiviteitseffect – Subadditivity effect

Subadditiviteitseffect is de neiging om de waarschijnlijkheid van het geheel kleiner te achten dan de waarschijnlijkheid van de delen.

Dit kan wiskundig worden uitgelegd, maar het is veel leuker om dit te doen aan de hand van een neuro marketing benadering. Hoe vaak zie je wel niet een pakketdeal online, met een kortingspercentage voor het gehele pakket. Meer kopen is meer voordeel. Denk hier maar even over na!

2.4.6 Overlevingsvooroordeel – Survivorship bias

Overlevingsvooroordeel is de logische fout om zich te concentreren op de mensen of dingen die een of ander selectieproces hebben doorstaan en degenen die dat niet hebben gedaan over het hoofd te zien, typisch vanwege hun gebrek aan zichtbaarheid.

Overlevingsvooringenomenheid kan leiden tot overdreven optimistische overtuigingen omdat mislukkingen worden genegeerd, zoals wanneer bedrijven die niet meer bestaan worden uitgesloten van analyses van financiële prestaties, Het kan ook leiden tot de valse overtuiging dat de successen in een groep een speciale eigenschap hebben, in plaats van slechts toeval (correlatie bewijst causaliteit).

Het bekendste voorbeeld komt uit de 2e wereldoorlog. Beschoten en beschadigde vliegtuigen die ondanks de schade terugkeerden gaven een goed beeld van welke onderdelen versterkt moesten worden. De plaatsen waar kogelgaten zaten werden versterkt. Een voorbeeld van survivorship bias!

De vliegtuigen die namelijk niet terugkwamen werden niet meegenomen in de analyse. Als men terug kon komen met de beschadigingen, dient men daar wellicht minder aandacht aan te besteden. Het gaat wellicht om de andere beschadigde onderdelen, waardoor men niet terugkeert.

2.4.7 Nul-som vooroordeel – Zero sum bias

Nul-som vooroordeel: de winst van de ene persoon maakt de ander een verliezer, en omgekeerd.

Mensen die deze overtuiging delen geloven dat succes, vooral economisch succes, alleen mogelijk is ten koste van het falen van anderen.

Dit kan leiden tot de overtuiging dat een hulpbron die onbeperkt en vrij beschikbaar is, toch gezien wordt als een beperkte hulpbron waarvoor concurrentie is. Dit zou bijvoorbeeld kunnen leiden tot een overtuiging dat sociale relaties als een nul-somspel zijn.

Het is tevens een beschrijving over de antagonistische aard van sociale relaties gedeeld door mensen in een samenleving of cultuur en gebaseerd op de impliciete aanname dat er een eindige hoeveelheid goederen bestaat in de wereld.

2.4.8 Denominatie-effect – Denomination Effect

Denominatie-effect is een vorm van cognitieve vooringenomenheid met betrekking tot valuta, waarbij mensen geneigd zijn grotere biljetten minder snel uit te geven dan hun tegenwaarde in kleinere biljetten.

Men geeft een 50 Euro biljet minder snel uit dan tien 5 Euro budgetten.

2.4.9 Beroep op waarschijnlijkheidsfout – Appeal to probability fallacy

Beroep op waarschijnlijkheidsfout is de logische denkfout om iets als vanzelfsprekend aan te nemen omdat het waarschijnlijk het geval zou zijn (of mogelijk het geval zou kunnen zijn). Ook hier geldt dat de argumenten door premissen dienen te worden ondersteund of verworpen.

2.5 Wij denken dat we weten wat andere mensen denken. 6 biases

2.5.1 Vloek van Kennis – Course of knowledge

Vloek van Kennis is een cognitieve bias die optreedt wanneer een individu, communicerend met andere individuen, onbewust aanneemt dat de anderen de achtergrond hebben om het te begrijpen.

Bijvoorbeeld: in een klaslokaal hebben leraren moeite met het onderwijzen, omdat zij zich niet in de positie van de leerling kunnen verplaatsen.

2.5.2 Illusie van Transparantie – illusion of transparency

Illusie van Transparantie is de neiging van mensen om de mate waarin hun persoonlijke mentale toestand bij anderen bekend is, te overschatten.

Het bekendste voorbeeld is wanneer je gaat presenteren. De presentator denkt dat iedereen ziet hoe nerveus deze is tijdens de presentatie. Het verschil tussen wat men denkt hoe anderen jouw gevoelens ervaren en hoeveel de mensen daadwerkelijk ervaren is veelal erg groot.

Een andere manifestatie van de illusie van transparantie is de neiging van mensen om te overschatten hoe goed zij de persoonlijke mentale toestand van anderen begrijpen. Bekend als: Observer’s Illusion of Transparency.

Verwant. Illusie van Asymmetrisch Inzicht

2.5.3 Spotlight Effect

Spotlight Effect is het fenomeen waarbij mensen de neiging hebben te geloven dat ze meer worden opgemerkt dan ze in werkelijkheid zijn.

Dit betreft zowel positieve zaken als negatieve zaken. ‘Iedereen heeft gezien dat ik een fout heb gemaakt’. Men bevindt zich in het centrum van de eigen wereld, een goede evaluatie is dan lastig te maken.

2.5.4 Illusie van extern agentschap – illusion of external agency

Illusie van extern agentschap: mensen onderschatten gewoonlijk hun vermogen om voldoening te genereren over toekomstige resultaten. Wanneer mensen een dergelijke zelfgegenereerde tevredenheid ervaren, kunnen zij ten onrechte concluderen dat deze werd veroorzaakt door een invloedrijke, inzicht rijke en welwillende externe agent.

Wanneer de uitkomsten onveranderlijk zijn, zullen mensen eerder geneigd zijn om ‘echt middelmatig’ te veranderen in ‘valselijk geweldig’. Deze subjectieve transformatie wordt vaak aangeduid als een psychologische immuunrespons, in die zin dat onze hersenen ons beschermen tegen de emotionele gevolgen van ongewenste uitkomsten.

Men denkt dat de illusie van externe invloed voortkomt uit deze onopgemerkte transformatie van “echt middelmatige” resultaten in “valselijk geweldige” resultaten.

2.5.5 Illusie van Asymmetrisch Inzicht – illusion of asymmetric insight

Illusie van Asymmetrisch Inzicht is een cognitieve bias waarbij mensen denken dat hun kennis van anderen die van anderen overtreft. Bijvoorbeeld: persoon A kent persoon A beter dan persoon B persoon B of persoon A kent.

Deze kennis ‘expertises’ zijn vaak alleen maar bedoelt om de ander te overtreffen.

Een interessant voorbeeld hiervan zijn beroemdheden. Er zijn mensen die menen meer te weten van een beroemdheid dan de persoon in kwestie. Een mooi en recent voorbeeld hiervan is Max Verstappen.

Want als je waarneemt hoeveel mensen Max kennen of hebben gezien of gevolgd hebben toen hij jong was, zou dat alleen al door de neveneffecten bij iedereen bekend moeten zijn. De (niet) aanwezige tribunes zouden zijn bezweken onder het gewicht van de toeschouwers of de files naar zijn kartbanen zouden kilometers lang zijn geweest.

2.5.6 Extrinsieke Incentive bias – Extrinsic Incentive Error (Vooroordeel)

Extrinsieke Incentive bias is een attributional bias volgens welke mensen relatief meer toeschrijven aan -extrinsieke prikkels- (zoals geldelijke beloning) dan aan “intrinsieke prikkels” (zoals het leren van een nieuwe vaardigheid) wanneer zij de motieven van anderen wegen in plaats van zichzelf.

2.6 We projecteren onze huidige denkwijze en veronderstellingen op het verleden en de toekomst. 14 biases

2.6.1 Wist-ik-toch-allang effect – Hindsight Bias

Wist-ik-toch-allang effect is de neiging om, nadat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden, de gebeurtenis als voorspelbaar te beschouwen, ondanks het feit dat er weinig of geen objectieve basis was om de gebeurtenis te voorspellen.

Ook bekend als: Knew-It-All-Along Effect of Kruipend Determinisme. Het gevoel dat ons achteraf bekruipt dat wat gebeurt is eigenlijk onvermijdelijk was (Fischhoff).

2.6.2 Uitkomst vooroordeel – Outcome Bias

Uitkomst vooroordeel is een fout die wordt gemaakt bij het evalueren van de kwaliteit van een beslissing wanneer de uitkomst van die beslissing al bekend is, in plaats van op de informatie die bekend was op het moment van de beslissing.

Wat je dan ook kan waarnemen is dat de uitkomst alles bepalend is. De moeizame weg er naar toe buiten beschouwing wordt gelaten.

Hoewel vergelijkbaar met Hindsight Bias, zijn de twee verschijnselen duidelijk verschillend:

  • Hindsight Bias concentreert zich op de vervorming van het geheugen ten gunste van de actor.
  • Terwijl outcome bias zich uitsluitend concentreert op het zwaarder laten wegen van de uitkomst dan andere stukjes informatie bij het beslissen of een beslissing uit het verleden juist was.

2.6.3 Moreel geluk – Moral luck

Moreel geluk beschrijft omstandigheden waarin een morele agent morele schuld of lof krijgt toebedeeld voor een handeling of de gevolgen ervan, zelfs als het duidelijk is dat die agent geen volledige controle had over de handeling of de gevolgen ervan.

Voorbeeld. Er zijn twee mensen die een auto besturen. Bestuurder A en bestuurder B. Ze zijn in alle opzichten gelijk. Bestuurder A rijdt op een weg en in een moment van onoplettendheid rijdt hij door het rode licht, terwijl een kind de straat oversteekt. Bestuurder A trapt op de rem, zwenkt en doet er alles aan om het kind niet te raken. Helaas, de auto raakt het kind en doodt het.

Bestuurder B rijdt intussen ook door rood, maar omdat er niemand oversteekt, krijgt hij een bekeuring, meer niet.

Als men ervan uitgaat dat morele verantwoordelijkheid alleen relevant is wanneer de agent vrijwillig een of andere handeling heeft verricht of nagelaten. Dan zouden bestuurder A en B evenveel schuld moeten krijgen, of evenveel lof, al naar gelang het geval.

Echter, als een omstander gevraagd zou worden om bestuurders A en B moreel te beoordelen, dan is er een goede reden om te verwachten dat hij zou zeggen dat bestuurder A meer morele schuld toekomt dan bestuurder B.

2.6.4 Declinisme – Declinism

Declinisme is de overtuiging dat een samenleving of instelling neigt naar neergang. In het bijzonder is het de predispositie, afgesneden. Het verleden gunstig en de toekomst negatief bekijken.

Gerelateerd. Rosy retrospective. Zie 2.6.6

2.6.5 Telescopisch effect – telescoping effect

Telescopisch effect beschrijft de temporele verschuiving van een gebeurtenis waarbij mensen recente gebeurtenissen als verder weg zien dan ze zijn en verder weg gelegen gebeurtenissen als recenter dan ze zijn.

Het eerste staat bekend als achterwaartse telescopie of tijduitbreiding, en het tweede als voorwaartse telescopie.

Drie jaar is ongeveer het tijdsbestek waarin gebeurtenissen van achterwaarts in de tijd verschoven worden naar voorwaarts in de tijd.

2.6.6 Rose Retrospectie – Rosy retrospection

Rosy retrospection is het psychologische verschijnsel dat mensen soms onevenredig positiever over het verleden oordelen dan over het heden. Een bekend voorbeeld is dat de kinderjaren als positiever worden gezien dan ze daadwerkelijk waren. Gerelateerd. Dedinisme

2.6.7 Impact Bias

Impact Bias is de neiging van mensen om de duur of de intensiteit van toekomstige gevoelstoestanden te overschatten.

2.6.8 Pessimisme Vooroordeel – Pessimism bias

Pessimisme Vooroordeel is het effect waarbij mensen de waarschijnlijkheid overdrijven dat hen negatieve dingen zullen overkomen.

Het staat in contrast met optimismevooringenomenheid. Het verschil is dat we ons op een onwaarschijnlijke manier zorgen maken over de toekomst van onze samenleving.

Gerelateerd: Optimisme Vooringenomenheid

2.6.9 Planningsfout – Planning Fallacy

De planningsfout verwijst naar een voorspellingsfenomeen dat velen maar al te goed kennen. Mensen onderschatten tijd die nodig zal zijn om een toekomstige taak te voltooien. Ondanks de wetenschap dat eerdere taken over het algemeen langer hebben geduurd dan gepland.

Ook herkenbaar: De tijd nodig om een toekomstige taak te voltooien heeft een optimistische vertekening en de benodigde tijd wordt onderschat.

Gerelateerd. Optimisme Vooroordeel

2.6.10 Tijdbesparende vooringenomenheid – Time saving bias

Tijdbesparende vooringenomenheid is de neiging van mensen om de tijd die kan worden bespaard of verloren verkeerd in te schatten wanneer zij hun snelheid verhogen of verlagen.

In het algemeen onderschatten mensen de tijd die kan worden bespaard wanneer ze van een relatief lage snelheid (bv. 40 km/u) naar een relatief hoge snelheid (bv. 90 km/u) gaan en overschatten ze de tijd die kan worden bespaard wanneer ze van een relatief lage snelheid (bv. 90 km/u) naar een hoge snelheid gaan.

2.6.11 Pro-innovatie Vooringenomenheid – Pro innovation bias

Pro-innovatie Vooringenomenheid is de overtuiging dat een innovatie door de hele samenleving moet worden overgenomen zonder dat er iets aan veranderd hoeft te worden.

Regelmatig er sprake van de ‘voorvechter’ van de innovatie. Maar deze heeft zo’n sterk vooroordeel ten gunste van de innovatie, dat hij de beperkingen of zwakheden ervan misschien niet ziet en ze desondanks blijft promoten.

2.6.12 Projectie Vooringenomenheid – Projection bias

Projectie bias is de neiging om ten onrechte huidige voorkeuren te projecteren op een toekomstige gebeurtenis.

Wanneer mensen hun emotionele toestand in de toekomst proberen in te schatten, proberen zij een onbevooroordeelde schatting te geven. De beoordelingen van mensen zijn echter vervuild door hun huidige emotionele toestand. Het kan moeilijk voor hen zijn om hun emotionele toestand in de toekomst te voorspellen.

Verwant: Empathie Kloof

2.6.13 Terughoudendheid bias – Restraint bias

Terughoudendheid bias: de neiging van mensen om hun vermogen tot beheersing van impulsief gedrag te overschatten.

2.6.14 Zelfconsistentie bias – Self consistency bias

Zelfconsistentie bias staat voor het algemeen heersende idee dat we consistenter zijn in onze houdingen, meningen en overtuigingen dan we in werkelijkheid zijn.

Samenvatting

In dit artikel zijn 63 cognitive biases beschreven, die volgens de Cognitive Bias Codex die behoren bij gebrek aan betekenis.

Cognitive Bias - Gebrek aan betekenis - 6 gedragscomponenten

We maken denkfouten, terwijl we ons daar veelal niet van bewust zijn. Onze zoektocht naar betekenis kan illusies oproepen. Soms verbeelden we ons details die door onze veronderstellingen zijn ingevoegd en construeren we betekenissen en verhalen die er niet echt zijn.

Als je deze biases in jouw omgeving tegenkomt, herken je ze wellicht. O.b.v. deze 63 biases weet je nu dat keuzes en beslissingen minder rationeel zijn dan je wellicht dacht.

Tot slot

Alle 180+ biases van de Codex worden beschreven in de volgende artikelen:

Het basis artikel: Wat is cognitive bias?
42 Cognitive biases van Teveel informatie.
63 Cognitive biases van Gebrek aan betekenis. Dit artikel.
47 Cognitive biases van de Noodzaak om snel te handelen.
31 Cognitive biases van Wat moet onthouden worden?

Eveneens interessant is het artikel Wat is de cognitive load theorie?

Leave a Comment