De dramadriehoek van Karpman

In Agile, Basics by PeterLeave a Comment

Leestijd: 11 min.

De dramadriehoek van Karpman is een model voor communicatie en samenwerking, waarin drie ineffectieve rollen worden beschreven. Binnen deze driehoek nemen mensen één van de volgende drie ineffectieve rollen aan: ‘aanklager’, ‘redder’ of ‘slachtoffer’.

Het model wordt ook vaak het Karpman-driehoek genoemd, de bedenker van dit model is Stephen Karpman en hij heeft dit model in 1968 beschreven. Het model is ook nu nog volledig bruikbaar.

Je herkent misschien de volgende situatie: er gebeurt om je heen van alles: mensen verwijten elkaar dat ze niet presteren, managers begrijpen niet goed wat er gebeurt, mensen branden af, de organisatie is een wespennest. Tegelijkertijd hebben betrokkenen goede intenties. Hoe kan dit nu? Een mogelijk antwoord is dat je terecht bent gekomen in een dramadriehoek. Dit artikel beschrijft wat de dramadriehoek is, zodat je deze kan herkennen.

De gevolgen van een dramadriehoek kunnen fors zijn, er kan een sfeer ontstaan die niet constructief is of er ontstaat een bepaalde toon en kleur in de communicatie die een organisatie kan ontwrichten.

De dramadriehoek is goed in te zetten voor metacommunicatie, zodra je gaat analyseren waarom er meningsverschillen en weerstanden in de samenwerking aanwezig zijn. Je kunt bespreekbaar maken hoe de onderlinge contacten verlopen en wat er mogelijk speelt.

Wat is de dramadriehoek?

De dramadriehoek is een relatief eenvoudig te gebruiken model, het is een model voor communicatie en samenwerking dat inzicht geeft in het ontstaan van “drama” in communicatie.

De dramadriehoek bestaat uit drie rollen: de aanklager, het slachtoffer en de redder. Tussen deze rollen ontstaat een dynamiek die ‘drama’ weergeeft. Deze niet-gelijkwaardige rollen herken je aan het gedrag en  de bijbehorende ineffectieve communicatie. De dramadriehoek helpt je om inzicht te krijgen in patronen in communicatie en hoe je daar uit kunt stappen.

Hoe herken je een dramadriehoek terwijl je nu wellicht nog niet weet wat dit is? Vaak zie de negatieve patronen in de communicatie, waarbij je eerst nog afvraagt of er wellicht een probleem is. Het probleem doorzie je wellicht nog niet, maar je bemerkt een sfeer waar jezelf of anderen aan het klagen of met elkaar aan het wedijveren zijn. Vaak tussen dezelfde personen, maar ook in andere situaties en andere rollen.

Na het lezen van dit artikel begrijp je de dramadriehoek. Want de dramadriehoek is een krachtig analysemodel om de onderlinge communicatie te analyseren. Je begrijpt waarom niet effectieve communicatie leidt tot meningsverschillen, eindeloze discussies of conflicten. Daarbij ervaren vaak alle betrokkenen energieverlies.  

Waar komt de dramadriehoek vandaan?

In interactie met andere mensen vervalt men snel in één van de drie rollen: aanklager, redder of slachtoffer. Ook jij neemt hoogstwaarschijnlijk wel eens één of meerdere van deze rollen in. De reden hiervoor wordt beschreven in de transactionele analyse.

Het model van Karpman komt voort uit de transactionele analyse waar de interactie tussen mensen wordt bekeken vanuit verschillende rollen die we kunnen innemen. Het beschrijft veel voorkomend gedrag die een effectieve samenwerking en communicatie belemmert.

Karpman ontdekte dat rolpatronen die vorm en kleur in een relatie brengen ook plaatsvinden in samenwerkingsverbanden. Hij koppelde de theorie van de transactionele analyse aan de rolpatronen in de dramadriehoek. Je ziet dit in films of elke dag op tv: hulpeloze slachtoffers, meedogenloze daders en natuurlijk de superhelden: de redders.

Deze rollen zijn vergelijkbaar met de drie ego-toestanden die elk mens heeft: ouder, kind en volwassenen. Overeenkomstig de transactionele analyse. Ouders hebben vaak de rol van redder en aanklager, het kind is vaak het slachtoffer: ‘dat kun jij nog niet’. Het kind wordt ‘gered’ door het op tijd wakker te maken, tanden te poetsen etc. Sommige ouders gaan daarin zover dat een kind volledig afhankelijk blijft tot op late leeftijd, ze trainen het kind jarenlang in machteloosheid.

Het zijn echter niet alleen de ouders in hun opvoeding, het zijn ook andere partijen zoals onderwijs, vrienden, oudere broers en zussen, opa en oma. Iedereen ‘helpt mee’. Het slachtoffer gaat geloven dat ze dingen echt niet zelf kunnen.

Dit gedrag zie je later op de werkvloer terugkomen, voorbeelden zijn: niet probleemoplossend denken, niet genieten, opgekropte irritaties en moeilijk relaties aangaan. Noem het maar op, dit kan leiden tot emoties, irritaties en ruzies op de werkvloer.

Alleen als alle partijen zich als volwaardige volwassenen gaan gedragen ontstaat er ruimte om uit de dramadriehoek te komen.

De dramadriehoek

De dramadriehoek van Karpman kijkt niet alleen naar de rollen die wij spelen, maar ook naar de psychologische posities die een rol meebrengt.

In de dramadriehoek vind je o.a. de ‘agenda’s’, bedoelingen, impulsen en gedragingen. De bewuste bedoelingen zijn vrijwel altijd positief, de onbewuste (bij)bedoelingen vaak negatief. Die negativiteit vloeit voort uit angsten en het gevoel van ongelijkwaardigheid.

De dramadriehoek kan ook worden toegepast door groepen of teams. Een paar voorbeelden: teams tegen over elkaar, strijdende scholen of discriminatie van bevolkingsgroepen. Hoe groter de gevolgen, hoe minder het duidelijk is wat er echt gebeurt. Als je gebruik maakt van de dramadriehoek kan je het nog redelijk volgen.

Want de dramadriehoek kent de volgende posities of stereotypes:

De redder (hero)

De redder in de dramadriehoek biedt graag veel en veelal ongevraagd hulp. Een belangrijk kenmerk is dat er géén check is op ‘vraag’ en ‘aanbod’ van hulp.

De redder maakt zichzelf graag belangrijk, laat ook zien hoe goed hij of zij is. De redder bemoeit zich voortdurend met anderen, maakt anderen daardoor afhankelijk en met anderen zo bezig is dat ‘de redder’ niet aan zichzelf toekomt. De typeringen:

  • Een ‘redder’ die zich in de strijd werpt ‘voor het goede’.
  • De redder is overbezorgd en (over)controlerend.
  • Maakt anderen afhankelijk.
  • Niets is de redder te verwijten.
  • De redder laat steeds zien hoe goed die is.
  • Neemt over en maakt zichzelf belangrijk.
  • Nauwelijks aandacht voor zichzelf, bemoeit zich met anderen.

Woordgebruik van de Redder:

  • Ik help je wel.
  • Ik zal je laten zien hoe het moet.
  • Kom maar laat mij het maar even doen.
  • Volgens mij kun je beter.
  • Ik zou.
  • Ik probeer je alleen maar te helpen.

Let vooral op de ik-vorm!

De aanklager (bully)

De aanklager in de dramadriehoek is gefocust op de zwakheden en fouten van de ander. Het gedrag van de aanklager is vaak bestraffend, verwijtend, gefrustreerd en wijst naar de ander.

De aanklager meent namelijk dat hij altijd onschuldig is en zelf niet verantwoordelijk is voor de situatie. Hij of zij voelt zich ‘beter dan de ander’ en houdt daarbij anderen het liefst op afstand. De typeringen:

  • Confronterend of (re)actief aanvallend.
  • Is verontwaardigd en beschuldigd een ander.
  • Is zelf niet verantwoordelijk, is in eigen ogen dus onschuldig.
  • Voelt zich ‘beter dan de ander’.
  • Sterk sturend en houdt de ander op afstand.

Woordgebruik van de Aanklager:

  • Het is met jou ook altijd hetzelfde
  • Je weet echt niet waar je het over hebt
  • Ik kom zo echt niet verder met je
  • Jij kan ook niks
  • Je doet nooit iets goed

Let vooral op de beschuldigende jij-vorm!

Het slachtoffer (victim)

Het slachtoffer in de dramadriehoek gedraagt zich hulpeloos en reageert het liefst vanuit onmacht. Juist met dit gebrek aan eigen verantwoordelijkheid doet het Slachtoffer een beroep op ‘de redder’ (help mij) en/of ‘de aanklager’ (veroordeel mij).

Het slachtoffer hoeft niet na te denken of te kiezen. Het slachtoffer wordt  door anderen verzorgd en neemt daardoor geen verantwoordelijkheid voor eigen gedrag. De typeringen:

  • Omstandigheden en anderen worden bekeken vanuit de gedachte: ‘mij treft geen blaam’.
  • Laat afwegingen, keuzes en initiatief aan anderen.
  • Neemt weinig verantwoordelijkheid voor eigen gedrag en gevoel.
  • Geeft het op en kan niet veranderen.
  • Is teleurgesteld en wanhoopt.

Woordgebruik van het Slachtoffer:

  • Ik kan het niet.
  • Ik weet het niet.
  • Wat moet ik doen?
  • Ben bang dat
  • Ik durf het niet.
  • Ik kan er niets mee.
  • Wat ben jij toch geweldig!

Let vooral op het kleiner makende ‘ik’ en in het laatste voorbeeld de vleiende ‘jij’.

De dramadriehoek - Stephen Karpman

De rollen zijn inwisselbaar en complementair

Bovenstaande lijkt een eenvoudige verdeling, maar helaas. Deze eenzijdige beschrijving van gedragingen is niet strikt persoonsgebonden. De rollen die iemand inneemt zijn namelijk continue aan verandering onderhevig. Zodra je ziet dat iemand één van bovenstaande rollen inneemt, weet je dat de kans zeer groot is dat dezelfde persoon alle 3 de rollen in zal nemen.

De rollen in de dramadriehoek zijn namelijk inwisselbaar en complementair:

  • Voor inwisselbaarheid zie je dat men met gemak overstapt naar de andere rol of naar de derde rol, vooral als we met iemand in een niet effectief communicatiepatroon zitten vervangen we de ene rol gemakkelijk door de andere.
  • De complementaire rollen in de dramadriehoek betekent dat de rollen elkaar nodig hebben in de dramadriehoek. De ene rol kan er niet zonder de andere, ze bevestigen elkaar.

Hoewel er vaak één rol in een bepaalde context de voorkeur van iemand is, herken je de rol van een ander vanaf nu vrijwel direct. Denk maar eens aan iemand die je nabij staat. En kijk ook eens naar jezelf. In welke context neem jij welke rol in?

Even plagen: s’ochtends ‘help’ (redder) je jouw partner, overdag klaag je anderen aan (aanklager) en s’avonds wil je gered worden door je vrienden (slachtoffer). Natuurlijk is dit voorbeeld enigszins extreem, maar het zou zo maar kunnen in de dramadriehoek.

Winst en verlies in de dramadriehoek

De ellende is dat niemand immuun is voor de drama in de driehoek. Er is sprake van onmacht, schuld of schaamte. En toch, waarom gebeurt het dan? Omdat er sprake is van WINST en VERLIES in de dramadriehoek.

De kern van de dramadriehoek is namelijk ongelijkwaardigheid:

‘IK ben OK, JIJ bent niet OK’

Elke rol vindt zich beter of minder dan de andere rol. Bovendien neemt niemand verantwoordelijkheid voor zijn of haar eigen gedrag. En dat is exact waar het om gaat. Want dramatiek in de driehoek komt voort uit het vermijden van eigen gevoelens en verantwoordelijkheid.

Het begint echter allemaal met ‘het slachtoffer’. Zonder slachtoffer is er geen dramadriehoek. Je hebt minimaal één slachtoffer nodig om het hele spel op te starten. Een slachtoffer heeft één of twee anderen nodig om slachtoffer te kunnen blijven. Hetzelfde geldt overigens voor de andere rollen, zonder de anderen rollen komt een dramadriehoek niet tot stand.

Volgens de aanklager en het slachtoffer is het de schuld van de ander, terwijl de redder verzuimt de problemen daar te leggen waar ze horen. De drie rollen hanteren een grote fixatie op de verantwoordelijkheid van de ander en leiden daarmee de aandacht af van zichzelf. De te behalen winst is de aandacht af te leiden van het eigen te zwakke ego.

Schreeuwen helpt daarbij, toch? Want ook met de beste bedoelingen kan je de controle verliezen over jouw emoties, acties en reacties. Schreeuwen kan opluchten, maar maakt ook dingen stuk. Het mooie daarentegen is dat iedereen kan leren om de controle over de eigen gevoelens te hernemen.

In elke rol is er winst te behalen, maar waar winst mogelijk is, is er ook kans op verlies. Inderdaad, in de dramadriehoek is het:

waar de één ‘wint’, verliest iedereen.

Daarvoor zal nu de winst- en verliesrekening per rol worden beschreven.

Winst en verlies van het slachtoffer

Wat is de winst van een slachtoffer? De belangrijkste winst van het slachtoffer is dat hij zelf geen verantwoordelijkheid hoeft te dragen.

Een slachtoffer hoeft zelf niet na te denken en hoeft zelf niet te kiezen. Dit wordt immers voor hem gedaan door de keuzes en het gedrag van de redder, of de waarden en uitspraken van de aanklager.

Daarnaast zorgt de rol van slachtoffer voor aandacht. Door het gedrag van de slachtoffer zijn zowel de redder als de aanklager op hem gefocust. Het slachtoffer krijgt op deze manier aandacht, en kan bovendien afhankelijk blijven van hulp of een oordeel.

Zoals eerder aangegeven is er ook verlies. Het verlies van het slachtoffer is dat het leidt tot meer drama of slachtofferschap. Door het niet nemen van de eigen verantwoordelijkheid blijft het slachtoffer afhankelijk van externe personen en gebeurtenissen. Ook dit is een voorsortering voor meer slachtofferschap.

Winst en verlies van de redder.

De winst van de redder is dat hij kan laten zien hoe goed hij is. Heel simpel, wie wil er nou niet groot en belangrijk zijn? Voor de redder is dit een noodzaak, daarmee dwingt de redder bewondering af en maakt anderen afhankelijk. Dat lijkt toch mooi: je doel, je taak en je voldoening en een eigenwaarde verhogend gevoel. Voor een redder allemaal binnen handbereik.

Het verlies van de redder is echter dat deze rol ten koste kan gaan van het welzijn van de redder zelf, en van de relatie. Door te denken, voelen en handelen voor een ander, hoeft hij niet na te denken over zijn eigen denken, voelen en handelen.

Daarnaast maak je als (ongevraagd) redder ook automatisch een slachtoffer van de ander. Iets wat niet bijdraagt, of ten goede komt, aan een waardevolle relatie.

Winst en verlies van de aanklager.

De winst van de aanklager is dat hij door naar anderen te wijzen zijn eigen zwaktes niet onder ogen hoeft te zien. Fijn toch, een onkwetsbare aanklager. De ander is immers (volledig) verantwoordelijk voor wat er in de relatie gebeurt.

Je bent als aanklager niet verantwoordelijk voor verbetering, en je hoeft elke vraag of verzoek alleen maar om te draaien: ‘Nee jij dan, jij doet dit, jij doet dat…’ Je begrijpt dat deze rol gemakkelijk tot stand komt en eenvoudig vol te houden lijkt.

Het verlies van de aanklager is dat hij persoonlijk contact en verbeteringen uitsluit. De aanklager komt in elke situatie alleen te staan in zijn strijd voor verbetering. De verantwoordelijkheid van verbeteren legt de aanklager namelijk bij de ander neer.

Een breder perspectief op gedragingen in de driehoek

In een voorgaande alinea staat beschreven wat de winst en verliesrekening is. Op zoek naar winst is er echter ook sprake van een paar interessante verliesgevende bewegingen in de Dramadriehoek.

Het reguliere spel

Het begint vaak met ‘Waarom jij niet?’ En ‘Ja, maar’. Kortom, de één vindt wat van de ander. Op dit moment is er wellicht al een slachtoffer en een redder. Dan gaat het verder: de redder duwt, het slachtoffer accepteert of wijst af. Totdat één van beiden uit frustratie de communicatie omdraait. Beide partijen gaan elkaar vervolgens verwijten maken.

Dan zijn er twee mogelijkheden. Het slachtoffer wordt nog ‘kleiner’ gemaakt, voelt zich nog ‘kleiner’ of de rollen worden omgedraaid. Het slachtoffer wordt aanklager en de redder het slachtoffer.

Het (nieuwe) slachtoffer zoekt een (andere) redder of de redder zoekt een (ander) slachtoffer. Het patroon blijft in stand!

Tot zover een samenvatting van de ‘reguliere’ dramadriehoek. Nu de achterliggende emotionele redenen.

Slachtoffers zoeken redders

Je weet vermoedelijk wel dat slachtoffers op zoek zijn naar redders. Het is namelijk heel fijn voor slachtoffers om in contact te komen met mensen die graag anderen willen helpen. De redder neemt (tijdelijk) de verantwoordelijkheid over en dat kan best fijn zijn voor het slachtoffer. 

Wat ronduit vervelend is voor de redders is dat een slachtoffer vaak vindt dat hij of zij niet goed genoeg geholpen is. Eigenlijk voldoet een redder vrijwel nooit aan de wensen van een slachtoffer.

Het is best frustrerend voor een redder om de volgende tegenwerpingen te krijgen:

  • Jij hebt makkelijk praten.
  • Jij begrijpt mij niet.
  • Aan jou heb ik ook niets
  • Jouw situatie is anders dan die van mij, dus..

Let op: de vragende ik-vorm in het begin is plotsklaps de beschuldigende jij-vorm.

Redders zoeken slachtoffers

Jawel, je verwacht het wellicht niet maar deze variant komt ontzettend vaak voor. Redders willen heel graag helpen en wat doet een redder als niemand gered wilt worden. Juist, helpen!

Dit zie je vooral terug in verantwoordelijkheid nemen en taken oppakken die eigenlijk niet bij jou thuishoren. Veel redders denken dat ze slechts helpen, maar feitelijk zijn ze aan het ‘redden’.

Het verschil is eenvoudig te bepalen. Stel de vraag of degene die ‘geholpen’ wordt het zelf ook kan oplossen? Een andere vraag die je als redder aan jezelf kunt stellen is of je ongevraagd helpt. Heb je wel een hulpvraag gehoord? Zo nee, dan ben je aan het redden!

Of dit goed of slecht is valt te raden. In veel gevallen verloopt de communicatie alsnog goed, maar weerstand of passief gedrag is te verwachten. Het slachtoffer accepteert deze toestand niet of tijdelijk.

Wat kwalijk is dat je als ‘redder’ een ander in een slachtoffer rol kan duwen, waardoor de driehoek tot stand komt. Vraag dus eerst door, breng de situatie in beeld en geef de ander ruimte om zelf met oplossingen te komen.

De aanklager klaagt aan in de onderstroom!

Een minder duidelijk waarneembare activiteit kan in de onderstroom door de aanklager plaatsvinden. Naast de goed waarneembare bovenstroom, waar de aanklacht gericht wordt op duidelijk waarneembare zaken, bestaat er soms ook een onderstroom.

De onderstroom herkennen alle partijen vaak aan de vraagstelling, het maakt daarbij zelfs niet uit of de vraag positief gesteld wordt. De afkeuring is merkbaar in de vraag. Een voorbeeld: dit lijkt mij iets wat ik goed kan, zal ik het maar oppakken? De ander zou zomaar de slachtoffer rol in kunnen stappen: ‘ik ben er inderdaad niet goed in’.

Een andere bewering komt van een redder die veranderd in een aanklager:

  • Jij wilt helemaal niet geholpen worden!

Drama is niet constructief

Als mens zijn we gek op drama, kijk maar eens naar de hoeveelheid Netflix series met als thema ‘drama’. Hoe je er naar kijkt, maakt echter niet uit. Drama in de dramadriehoek is niet constructief. Inmiddels herken je de negatieve patronen.

De dramadriehoek bestaat door ongelijkwaardigheid. Het is vicieuze cirkel die doorbroken moet worden. Dat start met een simpele handeling door jou:

Ik ben OK, jij bent OK!

In de interactie tussen mensen blijft de zelfde negatieve uitkomst als er geen verantwoordelijkheid wordt genomen. Het start met jezelf. Jouw houding in een relatie bepaald namelijk welke rollen ontstaan.

De enige methode om verandering te brengen is in het moment te zijn en elkaar als gelijkwaardig te zien en oprecht te handelen. Dat klinkt heel logisch, maar wellicht is dat te veel gevraagd. Wat doe je als een deel of de gehele organisatie/omgeving in een dramadriehoek terecht is gekomen?

Dan kan het zijn dat een leidinggevende of coach de winnaarsdriehoek gaat inzetten, of de kernkwadranten van Ofman, de leerstijlen van Kolb of andere methoden.

Wacht daar niet op. Aan jou het verzoek om uit de dramadriehoek te stappen. Dat betekent dat je moet handelen op basis van gelijkwaardigheid en dat je zelf de verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag neemt. En dat de ander daardoor ook zijn verantwoordelijkheid neemt.

Alvast de belangrijkste tips:

  • Het slachtoffer: niet klagen maar vragen!
  • De redder: niet redden maar een aanbod doen!
  • De aanklager: niet aanklagen maar tijdig je grens aangeven!

Winnaarsdriehoek

Zoals gezegd kan de winnaarsdriehoek helpen. Deze zal later in een ander artikel worden beschreven, maar om je alvast op weg te helpen…

In de winnaarsdriehoek zijn de rollen: helper, assertief persoon en kwetsbaar persoon. Waarbij hetzelfde mechanisme als in de dramadriehoek geldt. Alleen worden de negatieve elementen in positieve elementen omgebogen.

  • De helper biedt constructieve hulp aan,
  • De assertief persoon stelt de problemen aan de orde,
  • en de kwetsbaar persoon maakt anderen duidelijk wat als kwetsbaar wordt ervaren.

Waar de dramadriehoek de schuldvraag buiten jezelf legt, moedigt de winnaarsdriehoek je aan je eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Leave a Comment